vrijdag 1 juni 2012

SOS Hulpdienst



Een keer per week komen de Jonge Vrouwen van Dordrecht samen voor een activiteit. Een keer in de zoveel tijd is de activiteit dusdanig aangepast dat deze past in de 'Persoonlijke vooruitgang' van de meisjes. Vandaag hebben we aandacht besteed aan dienstbetoon. 

We hebben, in onderling overleg besloten om iemand, die geblesseerd geraakt was door een ongeluk thuis, te helpen met een kleine klus. Zo gezegd, zo gedaan..  Een fijne ervaring om jonge mensen te leren om dingen voor een ander te doen, zonder er iets voor terug te verlangen of te verwachten.

Dit deed me denken aan mijn jeugd. In mijn tienerjaren was mijn moeder nauw betrokken bij het op poten zetten van een SOS hulpdienst in Tilburg Noord. In mijn beleving was zij de spil van het geheel. Niet alleen had zij een ondernemerstalent, maar ze was tevens een kei in het vinden en organiseren van vrijwilligers. Alle medewerkers werkten pro Deo, inclusief zijzelf. 

Haar cliënten bestonden voornamelijk uit of zieke of oude mensen, die dringend hulp behoefde en waarvan de familie niet in staat was om hen terzijde te staan. De hulp die aangeboden werd, was bedoeld als tijdelijk, maar in veel gevallen werd er een oogje dicht geknepen.

Als mijn moeder niet direct een vrijwilliger kon vinden, dan had ze altijd wel, zoals ze aan de cliënt meldde '.... dochters thuis, die wel even konden helpen'. Van vrijwilligheid was niet altijd sprake. Met de overredingskracht van een doorgewinterde manager, wist ze, met name mij, te overtuigen om mijn spaarzame vrije tijd te geven aan hen die hulp nodig hadden.

Het begon met boodschappen doen voor een oudere dame, die er op stond om alleen in haar huis te blijven wonen, terwijl ze dit eigenlijk niet meer kon. Instanties die hulp boden aan dit soort 'gevallen' werkten traag en dus stuurde mijn moeder mij weer even langs. Dit even veranderde in weken, maanden en misschien wel een jaar lang. En denk niet maar niet dat de dame in kwestie altijd haar dankbaarheid toonde.... Wel nee, als ik de verkeerde melk mee gebracht had, werd ik door haar terug gestuurd en werd ze boos als ik haar verklaarde dat ik daar niet zoveel zin in had of aangaf dat ik daar geen tijd meer voor had.

Op jonge leeftijd kwam ik aanraking met mensen in geestelijke nood en/of zij die lichamelijke beperkingen kenden. Gaandeweg leerde ik inzien dat de werkelijke nood niet perse in de hulpvraag lag, dan wel de behoefte aan een vriendelijk woord of een bemoedigende glimlach of een luisterend oor.

Er zijn tijden geweest dat ik mijn moeder ik-weet-niet-wat-zou-willen-toewensen, vanwege het feit dat ze mij steeds inzette als vrijwilliger. Het kwam nooit gelegen en ik baalde als een stekker als het weer zover was. Ik ontdekte ook dat ik steeds 'het slachtoffer' binnen ons gezin was. Mijn andere broers en zussen werden minder vaak ingezet als ik. (Waarschijnlijk hadden zij betere smoezen dan ik!)

En nu.... Mijn moeder is er niet meer. Ik heb ook geen idee of de SOS Hulpdienst nog bestaat, maar ik weet een ding en dat ik dat ik er geen slecht mens van ben geworden. Integendeel, ik ben me bewust geworden dat mijn moeder een liefde voor anderen in mij ontwikkeld heeft. Een kostbare gave, die in deze wereld, waarin we nu leven, niet overal meer te vinden is.

Geen opmerkingen: